Coffeeshopbeleid Tilburg 2020

Het coffeeshopbeleid van de gemeente Tilburg stamt uit 1992 (Eindnota koffieshop-problematiek) en is aan vervanging toe. Dit nieuwe coffeeshopbeleid zal hierna worden aangeduid als het 'Coffeeshopbeleid Tilburg 2020' en vervangt het voormalige Tilburgse beleid rondom coffeeshops.

Het Nederlands drugsbeleid richt zich op het tegengaan en reduceren van drugsgebruik, zeker voor zover leidend tot gezondheids- en sociale schade, en eveneens op het voorkomen en verminderen van de schade die aan het gebruik van, de productie van en de handel in drugs is verbonden.

In de Opiumwet en het Nederlandse drugsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen softdrugs -en harddrugs. Harddrugs zijn op lijst I geplaatst als stoffen met een onaanvaardbaar risico (voor de volksgezondheid). Op lijst II staan onder andere cannabisproducten die als softdrugs worden aangemerkt.

Zowel landelijk als lokaal wordt beoogd dat:

  • De markt voor softdrugs wordt gescheiden van de markt voor harddrugs;
  • Overlast en verstoring van de openbare orde zoveel mogelijk wordt beperkt en beheersbaar blijft;
  • Gezondheidsrisico's worden beperkt, met name voor jongeren, door middel van preventie en voorlichting.

Omdat softdrugs minder schadelijk zijn voor de gezondheid dan harddrugs, gelden hiervoor soms andere regels. Coffeeshops kunnen onder strenge voorwaarden en conform de richtlijnen, vertaald in de AHOJG(I)-criteria1, cannabis (wiet en hasj) verkopen. Zij worden daarvoor niet strafrechtelijk vervolgd. Dit is de essentie van het gedoogbeleid.

De inkoop, productie en levering van softdrugs, de zogenaamde 'achterdeur' van een coffeeshop valt nadrukkelijk niet onder het gedoogbeleid.

Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 titelpagina

Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 PDF